Kamervoorzitter Gerdi Verbeet (PvdA) wil meer theater in de Tweede Kamer. Maar ze wil geen gezeur over ‘Haags geneuzel.’ Verbeet zegt dit tijdens een toespraak bij de presentatie van het jaarboek parlementaire geschiedenis. Ze roept op tot emotionelere debatten en ‘misschien zelfs wel een beetje theater.’
De Tweede Kamer staat historisch gezien niet bekend vanwege emotionele debatten. De laatste jaren verandert dit. Er vinden frequenter debatten plaats waarin de emoties hoog oplopen. Partijen als de PVV van Geert Wilders maken er een sport van om Kamerleden uit te lokken tot emotionele antwoorden. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat dit theater is. De Kamervoorzitter vindt dat theater het werk van Kamerleden voor de burger aansprekender maakt.
Ik ben enigszins verbaasd over het standpunt dat Verbeet inneemt. Ik kan me meerdere debatten herinneren waarin Verbeet het aan de stok krijgt met Kamerleden. Het gaat in die gevallen nooit om Kamerleden die saai en genuanceerd praten.
Waarom pleit ze dan nu voor meer theater? Misschien bedoelt ze ander soort theater. In de vorm van een tragedie van Shakespeare. Daar zit wel emotie in, maar andere emotie dan de querulanten in de Kamer tentoonspreiden.
Verbeet heeft dus geen probleem met emotie. Ze heeft wel moeite met Kamerleden die andere Kamerleden wegzetten als opportunisten. Dat draagt juist niet bij aan het gezag van de Kamer bij burgers.
Nu ben ik de draad kwijt. Emotioneel debatteren geeft in mijn ogen aan dat je geen duidelijk steekhoudende argumenten hebt, of er zelf emotioneel bij betrokken bent. Misschien is dat laatste punt een positieve eigenschap voor Kamerleden, het eerste punt is dat zeker niet.
De waan van de dag gaat helemaal regeren als we van de Tweede Kamer een theater maken. Kamervragen zullen gesteld worden met in het achterhoofd de factor theater. Theater zal een middel worden om zetels binnen te halen, als het dat al niet is. Waarom moeten we daar blij mee zijn? Welke meerwaarde heeft dit voor de democratie? Volgens mij alleen een negatieve beeldvorming. Kamerleden die rollebollend over straat gaan, allemaal voor het hogere theaterdoel.
Dat Wilders Ella Vogelaar ‘knettergek’ en recentelijk nog ‘gekke Ella’ noemt, vind ik theater. Dit is het mooiste voorbeeld, maar er zij legio voorbeelden van. Juist Verbeet is een tegenstander van die bewoording. Indertijd wil Verbeet overleg voeren over de woordkeuze. Nu lijkt ze dus overstag te zijn naar de theaterkant.
Het doet me denken aan de discussie over Jip en Janneke-taal. Keer op keer is de inhoud ondergeschikt.
